Valorisatietraject waterschappen

De 5 onderzoeksvragen in het RePolis-programma worden verkend voor de overheidsorganisaties die actief zijn in het waterbeheer, de waterschappen. We onderzoeken hoe zij zich verhouden tot proactieve betrokkenheid van ‘boeren, burgers en buitenlui’ bij het uitvoeren van hun beheertaken. De institutionele context van het nationale waterbeheer is ingewikkelder dan voor de drie andere domeinen vanwege de extra bestuurslaag die wordt gevormd door het waterschap. Dat betekent dat initiatieven van zelforganisatie in stedelijke gebied een andere “ontvangende gebiedsautoriteit” zullen hebben dan in landelijk gebied, resp. de gemeente en het waterschap. Ook zal in landelijk gebied de provinciale overheid vaker een rol spelen bij de omgang met zelforganiserende initiatieven dan de gemeente, vanwege de specifieke op het landelijk gebied gerichte taken.

Het waterbeheer is een vraagstuk dat in Nederland al honderden jaren om collectieve actie vraagt. Niet voor niets is het waterschap de oudste bestuurslaag in ons land. Waterbeheerders staan van oudsher dicht bij hun ingezetenen. Waterbeherende organisaties tonen steeds meer interesse in manieren om hun beheertaken door en/of in coproductie met bewoners, particuliere terreinbeheerders en boeren uit te (laten) voeren. Deze interesse in de beheer- en uitvoeringskracht in de (lokale) samenleving vloeit voort uit de observatie dat de middelen voor het beheer de komende tijd niet significant zullen stijgen terwijl de beheertaken wél in omvang gaan toenemen. De uitvoering van EU-beleid (Kader Richtlijn Water), van het nationale waterveiligheidsbeleid (Deltaprogramma) en de veranderende maatschappelijke preferenties inzake landschapsbeheer en (watergebonden) recreatie, zullen veel van de uitvoeringsorganisaties vragen. Daarnaast is de trend waarneembaar dat mensen steeds vaker verantwoordelijkheid willen dragen voor de ontwikkeling van het gebied waarin zij leven en/of ondernemen. Burgers zijn steeds vaker bereid om (letterlijk) de handen uit de mouwen te steken om hun eigen leefomgeving zelf vorm te geven. Als laatste zien we dat het nieuwe planvormingsinstrumentarium voor de ruimtelijke ordening, de Omgevingswet, overheden doelbewust aanspoort hun visievorming en uitvoering méér integratief en méér participatief ter hand te gaan nemen.

Vele waterbeherende organisaties hebben al uitgebreid kennis en ervaring opgedaan met omgevingsmanagement, in de vorm van interactieve planvormingsprocessen die in het kader van het integraal waterbeheer vanaf half jaren negentig de gangbare werkwijze werd. De interactie met ‘boeren, burgers en buitenlui’ werd dan door de waterbeheerder zelf (of door een ingehuurde externe adviseur) opgezet, uitgevoerd en beëindigd wanneer het doel was bereikt. Het gaat er nu om hoe in het waterbeheer omgegaan kan worden met zelforganiserende initiatieven van burgers, ondernemers, terreinbeheerders en belangenbehartigers. Kortom, in processen die door anderen worden opgezet en uitgevoerd en waarin de betreffende beheerorganisatie gevraagd wordt te participeren.